Inleiding

De zeevaartschool

Radio Holland

m/s Gaasterland
1965

m/s Attis
1966

m/s Amstelstad
1967

s/s Statendam
1968 - 1969

s/s Nieuw Amsterdam
1969 - 1973

P.C.S. van Hattem
1974

Download English summary in PDF

  Write2Me Gastenboek

Eén van de favoriete lokale songs uit die tijd, gezongen door de Merriman.

Aan de kade met zusterschip Helicon.Schamele bootjes in Port au Prince, Haïti

 

 

 

 

 

Op één van de vele Caraïbische eilanden.Een resort met zwembad op één van de vele Caraïbische eilanden.

 

 

 


 

Bougainville all over the place

 

 

 


 

 

 

 


 

Familyplanning was nog geen gemeengoed.

 

 

 

 


Familyplanning: bittere noodzaak.

 

 

 

 


m/s Attis / PCVY

.--. -.-. ...- -.--

Omdat ik feitelijk maar een paar weken op de Gaasterland had gezeten, duurde het verlof na oudejaarsdag natuurlijk maar kort. En al gauw kreeg ik een oproep om aan te monsteren op het m/s Attis van de KNSM. Ook dat vertrek vond plaats vanuit Amsterdam, maar deze keer was er geen chef R/O aan boord. De heer Vegter had kennelijk een positieve conduite over me uitgebracht, want deze keer stond ik er alleen voor. Ook weer spannend. Mijn vader - zo hoorde ik later - is nog met Radio Holland gaan praten, want hij vond me nog te jong. Waarschijnlijk was dat overigens m'n moeder die dat vond en m'n vader er op uit had gestuurd, maar het fijne daarvan heb ik nooit gehoord.

Met de Attis dus uit Amsterdam op weg naar New York en langs de oostkust van de V.S. naar de Carib. New York - Baltimore - Jacksonville - Charlston - Kingston/Jamaica - Port-au-Prince/Haïti en Santo Domingo/Dominicaanse Republiek, San Juan, Puerto Rico - Willemstad/Curacao - Oranjestad/Aruba - Maquetia/Venezuela - Paramaribo/Suriname. Bij Cape Hatteras was het meestal storm! Daar verlaat de warme golfstroom de Amerikaanse kust om de oceaan over te steken, waardoor wij in Nederland een mild klimaat hebben. Ik ben daar ook voor het eerst (en het laatst!) zeeziek geweest. Tijdens de warme lunchmaaltijd. In de mess. Gênant! Ik hoef niet in details te treden denk ik, toch? In NYC moest ik van de HWTK munitie gaan kopen voor zijn pistool of revolver. 'Hij had zelf geen tijd'. Hij gaf me het adres op en het type munitie en ik kreeg het zonder enig probleem mee! Vier doosjes met kogels. Moet je volgens mij in Nederland niet proberen als broekie van achttien. De foto hiernaast toont dat broekie van achttien bij het binnenlopen van Willemstad, Curaçao.

Toen ik vanuit Haïti een brief had gepost voor thuis, kreeg ik na verloop van tijd een reactie met de vraag: 'wat doe jij nou in Tahiti? Ik wist niet dat je daar helemaal naar toe was'. Tja... het kan verkeren. Het was het Haïti van dictator Papa Doc. Later opgevolgd door zijn zoon baby Doc (Jean Claude Duvalier). Van de regen in de drup, of liever gezegd: van kwaad tot erger! 's-Avonds gingen we in Port-au-Prince de wal op en liepen langs het paleis, waar we steevast door militairen in een jeep (Tonton Macoute) werden weggejaagd. Bij Cape Haïtien en Les Cayes ging je voor anker. Er kwamen dan allerlei bootjes langszij met koopwaar of hoertjes die voor één dollar.............
De kapper kwam aan boord met een bootje en knipte je keurig voor ook één dollar. Een eenheidsprijs kennelijk. Het was in Haïti niet moeilijk om verliefd te worden. Lees dit verhaal maar eens van Dirk Rietel: De Marconist. Nee..............het gaat niet over mij !
En als je de beelden na de aardbeving van 2010 ziet, hoop je oprecht dat het bij alle ellende ook een kans krijgt met alle hulp en financiële steun iets blijvends en beters op te bouwen. Maar nu is op 18 januari 2011 baby Doc weer terug in Haïti na een ballingschap van zo'n 25 jaar in Parijs. Daar kan nooit veel goeds uit voortkomen, vrees ik.

Hiernaast twee foto's van een bootje dat koffie kwam brengen in Les Cayes waar we voor anker lagen. Het was kennelijk geen best bootje want het is gezonken. De mannetjes die aan boord nog verwoede pogingen hebben gedaan om het bootje te redden, hebben wij gered. (De plaatjes zijn gescand van dia's. Jammer dat de kleuren in de loop der jaren er niet op vooruit zijn gegaan).


 

Ik meen me te herinneren dat we toen ook nog St Lucia en Grenada hebben aangedaan. Eén ding is zeker als je zo'n website bouwt met je herinneringen: je hebt te weinig foto's gemaakt en te weinig aantekeningen van waar en wanneer je waar bent geweest. De foto's hiernaast moeten gemaakt zijn op één of meer van de vele Caraïbische eilanden. Maar ik weet niet meer waar.

De Franse eilanden Martinique en Guadeloupe maakten ook grote indruk. Met je schoolfrans kwam je daar niet heel erg ver. Je moest alle zeilen bijzetten om iets van hun Frans te kunnen volgen. Dat goldt overigens ook voor Haïti.

In Kingston/Jamaica moest ik mee helpen met tallyen en kreeg dus een tallylijst in m'n handen. In het laadruim aangekomen, kreeg ik al snel door dat er behoorlijk wat gejat werd. Toen ik de ploegleider daarop aansprak kwam er een grote neger met een machete op me af met felle ogen. Hij zei niets, maar 'the message was clear'. Ik heb me verder maar koest gehouden, maar vreemd genoeg heb ik daarna nooit meer hoeven tallyen. En natuurlijk maakte ik in Kingston kennis met de reggae van Bob Marley en zijn beroemde dreadlocks.

In San Juan, Puerto Rico was er een ploegbaas die kennelijk te weinig 'onder de tafel' doorgeschoven had gekregen, want hij had de gewoonte om - terwijl het een strak blauwe lucht was - omhoog te kijken en bij elk wit sliertje te roepen: 'Close the hatches men, rain is coming', waarna de havenwerkers de luiken gingen sluiten en op hun gemak een half uurtje gingen pauzeren. Toen dit zo'n halve dag had geduurd heeft de ploegbaas kennelijk een 'extra aanmoediging' gekregen, want daarna werkten ze zelfs door als het regende !

New York maakte veel indruk: Thanksgiving Day (24 November 1966) en de parade hierbij (zie foto's). En ik heb nog meegemaakt dat de grond voor de Towers van het World Trade Center bouwrijp werd gemaakt. Times Square, The Radio City Music Hall, het gebouw van de United Nations waar we speciale postzegels kochten en een rondvaart maakten over de Hudson; het was allemaal ook nu weer de eerste keer. Ik kocht op een winkeltje in Manhatten een portable radio voor in m'n hut en ik weet nog dat ik het Wilhelmus hoorde toen we afmeerden in Willemstad, Curacao: het was 30 april en dus Koninginnedag en ik was een half jaar weg van huis. Ik voelde de tranen prikken in m'n ogen.

Op deze foto sta ik op het Empire State Building met een uitkijk op de rivier de Hudson. Jaren later, in een ander leven, kocht een collega in dezelfde winkel in NYC een herentanga met over de gulp het opschrift: 'the home of the whopper'. En dat had niks met 'the Burgerking' te maken!

De favoriete FM radiozender in New York voor mij was WRFM 105.1 Easy Listening. Luister op die site naar de oorspronkelijke 'station identification'. Het was de tijd dat de Carpenters op de hitllijst stonden en Frank Sinatra met 'Strangers-in-the-night'.

In NYC gingen we altijd naar Sam Goody voor langspeelplaten, die ondanks de dure dollar nog steeds veel voordeliger waren in de V.S. dan in Nederland. En voor één dollar kon je je een middag vermaken in de Radio City Music Hall, waar je keek naar een wervelende show en een speelfilm. Voor een quarter kon je met de bus van de pieren in lower Manhattan naar Times Square en omgeving. Van een segregatie in de bus tussen wit en zwart heb ik niets gemerkt, maar het was dan ook al geruime tijd na de inspanningen van ds. Martin Luther King en wellicht vond die segregatie tussen 'blank-en-zwart' meer plaats in de Zuidelijke staten van de V.S.

De kuststations langs de Amerikaanse Oostkust waarmee het meest werd gewerkt, waren WSL, WSC, WCC, WAX en WOE. De laatste twee zaten in de buurt van Florida. De kuststations in de Carib met exotische callsigns waren Barbados (8PO) en Trinidad (9YL). Port-au-Prince Radio in Haitï had het callsign HHH. Dat moest bewust gekozen zijn, want ik heb er al die jaren nooit één keer verbinding mee gehad. Het was dus een grapje van papa Doc, HaHaHa. Maar er was ook nog een kuststation met de roepletters HIA. Ook daar heb ik nooit verbinding mee gekregen.

In Venezuela werd meestal contact gemaakt met La Guaira radio (YVG), maar ook YVL (Puerto Cabello Radio) werd wel gebruikt. Met dank aan Arie v/d Ruit die mijn geheugen opfriste. Het plaatje hiernaast is van een stadje aan de Noord kust van Venezuele (meen ik me te herinneren). Als iemand het herkent èn weet waar het is, houd ik me aanbevolen J.

Op Aruba bij Oranjestad of iets verder gingen we naar the beach. Uitkijken voor de swell van de zee! Ik weet nog dat ik een keer niet goed oplette en door zo'n swell werd meegenomen en op het strand werd gesmeten. Ik heb een tijdje versuft om me heen liggen kijken.

We zijn ook in de Golf van Mexico geweest en deden de plaatsen Houston en New Orleans aan. Uiteraard zijn we in New Orleans gaan stappen. In The French Quarters. Bourbon Street. Fantastisch! En wat een ramp heeft die stad getroffen met de orkaan Katrina. Veel van de oude glorie zal er wel niet meer zijn.

Ik vond het altijd wel leuk om verbinding te maken met een 'nieuw' kuststation. Ergens had je dan het gevoel met een nieuwe of andere cultuur contact te hebben. En je sprak allemaal dezelfde taal: MORSE. En ook de Q-codes waren internationaal.

In Baltimore keken we naar dr. Zhivago met Lara's Theme en op de eilanden gingen we stappen; overdag vaak naar het strand en 's-avonds was er ook voldoende vertier in vrolijke kroegjes met bier en rumcola. De chicken-in-the-basket was op Barbados het lekkerst!

De zender aan boord was ook geschikt voor telefonie, maar op de een of andere manier was daar op de zeevaartschool en in de praktijkcursus van RH nooit aandacht aan geschonken (of ik heb niet goed opgelet). Toen we in Willemstad waren aangekomen, klaagde de KNSM agent dat hij tevergeefs een telefoongesprek had aangevraagd via Curacao Radio /PJC, maar dat we niet hadden gereageerd. Ik dacht dat je dan 'gewoon' op de verkeerslijst voor telegrafie terecht kwam met een QRJ aanduiding. QRJ betekent: ik heb een telefoongesprek voor u. Niet dus! De volgende keren heb ik met de bestemming Nederlandse Antillen steeds op de 2182 Khz geluisterd en zo waar een aantal gespreksaanvragen voor de Attis ontvangen. Kapitein gewaarschuwd en achter het bureau van de radiohut een plekje gegeven om het telefoongesprek te voeren. Op een gegeven moment werkte de zend/ontvang schakelaar van de telefoonhoorn niet meer. Het bleek een circuitonderbreking in de zender te zijn. Met het trekken van een nieuw draadje was dat euvel weer verholpen. Ik ben vergeten dit op het zenderschema aan te geven. Stom en excuus voor degene die na mij kwam.

Op de Attis maakte ik ook mee dat bij onweer (en dat kwam nogal eens voor in de Carieb) de blauwe bliksemschichten langs de koperen antennebuizen in de radiohut schoten. Toen ik dat voor het eerst zag, vreesde ik meteen dat alle apparatuur wel zou zijn 'overleden', maar wonderlijk genoeg konden zenders en ontvangers daar blijkbaar tegen en/of deze energie werd via een goede 'aarde' afgevoerd. Vrij recent zag ik op een website van ex collega Louis Holleman dat het hier waarschijnlijk om het St. Elmusvuur  ging. Dat ik daar na al die jaren nog eens achter kom. Bedankt Louis!

Ik heb drie reizen met de Attis gemaakt, naar ongeveer steeds dezelfde bestemmingen. De laatste reis gingen we in Ciudad Bolivar/Venezuela bauxiet laden (zie de foto's hiernaast). Dat is de grondstof voor de produktie van aluminium. Daarvoor moest de Attis via de Orinoco delta een dag of zo de Orinico rivier op naar Ciudad Bolivar. Je hoorde de apen schreeuwen en zag de krokodillen zwemmen en rook de indringende geur van het tropisch regenwoud. Je moest continue standby blijven voor oproepen van het walstation omdat je tijdig moest uitwijken voor tegemoetkomend verkeer. Het was een prachtige ervaring. Het laden van de bauxiet was minder prettig, want dat fijne witgrijze stof vond je werkelijk overal terug. We voeren naar Dordrecht waar we veilig en wel aankwamen na veel slecht weer. Ik had kennelijk de apparatuur niet goed bauxietvrij gemaakt want ik kreeg een standje van de RH inspectie. Ik denk dat ze gelijk hadden. Begin 1967 waren we dus weer thuis en op 21 januari 1967 hebben mijn huidige vrouw en ik ons verloofd. Onderstaand een plaatje van de Orinoco vanaf de Caraïbische Zee naar Ciudad Bolivar.

De Attis is in 1978 in Italie gesloopt.

Ga naar de bovenkant van deze pagina